< terug

Verdwaald

21 januari 2014 (0 reacties)

Hardlopen door Henk van Duuren

Bij de start van een wedstrijd is iedereen druk bezig met zijn eigen rituelen. Er wordt gestrekt, gehuppeld, zenuwachtig gelachen, de kuiten gemasseerd, nog gauw iets gedronken, gekeken of kleding en schoeisel correct zit. Dit alles in afwachting van het startschot.
In Dalfsen, het Vechtdorpje met de brug met de befaamde blauwe bogen, zag ik vlak voor de start van de halve marathon een jonge vrouw druk bezig met een draagbaar cd-spelertje. De knopjes gingen in de oren en het muziekje werd gestart. Ze ging direct op in de muziek. Ik kon het zien aan het ritmisch wiegen van haar hoofd en de daarbij behorende pasjes op de plaats. Op het moment dat ik haar passeerde keek ze me aan en ik zag de blauwe bogen gereflecteerd in haar zachtgroene ogen. We schonken elkaar een bemoedigende glimlach en een knikje. Zonder woorden te gebruiken wensten we elkaar zo een fijne loop.
Drie tellen later was ik het voorval al weer vergeten. Het startschot klonk en via de brug voerde de route ons langs de oevers van de Overijsselse Vecht. Een kleurig lint van lopers nam bezit van de dijk. Door het deinende effect leek het peloton op een kronkelende grote van kleur verschietende rups. Na een aantal kilometers kwam de schifting en ontstonden er gaten in dit fleurig geheel. De strijd was in volle gang, het niveauverschil werd zichtbaar en bij de pittoreske stuw ontstond daardoor geen opstopping.
Prachtige akkers met graan, maïs, voederbieten en aardappelen werden afgewisseld met boompartijen en monumentale boerderijen. Na tien kilometer volgde de passage door het dorp. Een tweede lus wachtte en door een sereen en meer dan groen verstild landschap was het hard werken, maar ook puur genieten van de omgeving.
De welbespraakte speaker was al van verre te horen en menigeen ontleende daaraan de motivatie om er nog een schepje bovenop te doen. Bij het zien van de blauwe bogen wist ieder dat de halve marathon volbracht zou gaan worden. Het passeren van de meet gaf velen en mij de voldoening die past bij een fijne wedstrijd. Na de louterende douche, het bekijken van de gemaakte videobeelden, de prijsuitreiking, een praatje met andere lopers en een hapje en een drankje haastte ik me naar de auto. Het was gaan regenen en het kwam met bakken uit de lucht.
Bij het parkeerterrein kwam een figuur me strompelend tegemoet lopen. Het bleek de jonge vrouw met de walkman. Ze zag er uit als een verzopen kat, de kabeltjes met het koptelefoontje hingen om haar hals en aan één van de vier veiligheidsspelden in haar shirt wapperde nog een restje van haar startnummer. Ik vroeg haar wat er gebeurd was. Ze antwoordde zo bibberend dat haar huilerige verslag onverstaanbaar werd in de heftige slagregen. Ik trok mijn jas uit en deed die om haar schouders en loodste haar een café in. Ze wilde graag een warme chocomelk en na enig aandringen was de barman bereid dit te serveren. De warmte van het café deden haar zichtbaar goed en nippend van haar hete drankje en knabbelend aan een Dalfser mop, een hard koekje dat ze doorgaans bij koffie en thee serveren, deed ze haar verhaal met een onmiskenbaar Brabantse accent. Ze had best fijn gelopen, zelfs een beetje in tranche van de prachtige muziek die in haar oren klonk. In de tweede lus moest ze ergens verkeerd afgeslagen zijn en kwam bij een rijksweg uit. Door rechts aan te houden dacht ze weer op de route te komen. Dat bleek een misrekening. Het werd donker en het begon te regenen. Ze besloot daarop om dezelfde route terug te lopen om niet nog verder te verdwalen. Het waren verschrikkelijke kilometers geweest zong ze met haar Brabantse tongval. Haar voeten deden zeer, ze had het koud en wilde zich graag douchen. Wat moest ze nu doen?
Ik had gezien dat de douchegelegenheid al gesloten was en vroeg waar ze haar kleren had. Ze had haar tas gelukkig in haar autootje gezet. Die stond op het grasveld, dat als parkeerterrein dienst deed. Ik keek om me heen en merkte nu pas dat alle aanwezigen ademloos hadden mee geluisterd naar het droevige relaas. Om hulp hoefde ik niet te vragen, die werd spontaan aangeboden door een vrouw. Ik moest de tas maar uit de auto halen. Ze woonde om de hoek en daar kon de jongedame lekker douchen en als ze wou zelfs een bad nemen. Het aanbod werd dankbaar aangenomen. Ik peuterde de autosleutel, die ze had vastgezet aan de veter van haar loopschoen, los en haalde haar bagage op.
Onder het genot van een frisdrankje en een portie bitterballen wachtte ik op haar terugkomst. Een klein uur later kwamen de dames terug. Ik herkende de jonge vrouw nauwelijks. Een eigentijds geklede dame, met wapperende lichtkrullende blonde haren, perfect opgemaakt en geurend als een frisse lentetuin, schonk me een opgeluchte glimlach. We praatten met zijn drieën nog even na en daarna begeleidde ik de Brabantse naar haar autootje. Met de belofte, dat ze de volgende keer zonder walkman zou deelnemen aan een halve marathon, gevolgd door een ferme handdruk, namen we afscheid. Ze keek me daarbij vriendelijk aan en haar zachtgroene ogen straalden daarbij als twee jadeachtige sterren. Vanuit de auto riep ze nog een Brabants “Hou doe!” en daarna verdween mijn dwaalster in de nacht.

© Henk van Duuren

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *