Prestatienormen voor de marathon.
Als hardloper loop je tegen de tijd en de anderen. Snelheid op de marathonafstand gaat boven het aantal marathons dat je hebt gelopen en kwaliteit gaat in de sport boven kwantiteit. Dat heb ik nooit als een probleem ervaren, maar voor sommigen lijkt het dat soms wel te zijn. We kennen de verschillende startvakvragen wel. Wat is je p.r. ? Hoeveel heb je er inmiddels gelopen? Hoe vaak heb je deze gelopen? Beetje in vorm? Alles goed? Lang niets van je gehoord, je loopt nog steeds? Lees de nieuwe column van Jitze Weber
2 maart 2015 (0 reacties)
Overpeinzingen
Als hardloper loop je tegen de tijd en de anderen. Snelheid op de marathonafstand gaat boven het aantal marathons dat je hebt gelopen en kwaliteit gaat in de sport boven kwantiteit. Dat heb ik nooit als een probleem ervaren, maar voor sommigen lijkt het dat soms wel te zijn. We kennen de verschillende startvakvragen wel. Wat is je p.r. ? Hoeveel heb je er inmiddels gelopen? Hoe vaak heb je deze gelopen? Beetje in vorm? Alles goed? Lang niets van je gehoord, je loopt nog steeds? Toch weer op de been? Training een beetje goed gegaan? Dat zijn vragen die allemaal beantwoord kunnen worden zonder dat het winnen van de wedstrijd in beeld komt. Ze gaan allemaal over meedoen en zelden over winnen.
Je p.r. is een tijd die je ooit op de marathon liep en tevens jouw beste prestatie over een marathonafstand tot nu toe. Meestal kent niemand je p.r. , mits je een atleet uit het topsegment bent of bent geweest. Je p.r. is iets wat je koestert en wat je liefst vervangt door een net iets betere tijd ; de bekende strijd tegen jezelf. De marathon biedt verschillende prestatiemomenten die je als marathonloper achtereenvolgens doorloopt. De eerste keer dat je de afstand uitloopt is de eerste succeservaring. De tweede is het verbeteren van de eindtijd van de eerste en ooit komt het moment dat je laatste p.r. het allerlaatste was. Dat moment identificeer je later pas. Dan nog blijven meedoen in de wedstrijd vraagt meer van je motivatie dan je eerdere streven naar beter. Sommige lopers ervaren heel sterk een gebrek aan rendement van de training bij teruglopende prestaties en verliezen de lol in hardlopen. Anderen zijn onverstoorbaar of worden zogenaamde veellopers.
Hoeveel je er gelopen hebt is sportief gezien niet van belang, maar heel vaak de finish halen kan wel licht statusverhogend werken binnen het marathonwereldje. Het is ook zeker zo dat je de marathon beter leert kennen door vaker deel te nemen. Dat neemt niet weg dat het voortdurend in dezelfde val lopen een wijdverspreid probleem is. Je kunt weten dat snel vertrekken na vijfendertig kilometer terugbetaald moet worden, maar de discipline om daarop te anticiperen is niet iedereen gegeven. Drinkposten overslaan om tijd te winnen, nog zoiets. Het is dus ook niet zo dat van veellopers veel te leren valt. Van snelle lopers ook niet trouwens. Wie hard gaat heeft dat maar voor een klein deel aan verworven inzichten te danken. Talent en externe factoren, die zijn doorslaggevend. Het trainingstraject van wie 2.35 loopt hoeft ook niet wezenlijk te verschillen van degene die 3.20 loopt, maar het verhaal van de 2.35-loper zal gemiddeld als belangrijker worden beoordeeld onder marathonlopers. Voor niet-lopers maakt het niets uit. Toewijding, ijver en kennis kunnen hetzelfde zijn, de 2.35-loper heeft dan toch een wat betere zelfkennis gehad. Wie al moeite heeft met de wortelformule gaat meestal geen wiskunde studeren. Als snelheid en uithoudingsvermogen beide geen probleem zijn en er is genoeg kans dat te exploiteren, waarom dan niet een poging gedaan? Omdat je toch die 2.03 nooit haalt? Einstein is ook een keer blijven zitten. Verken vooral je grenzen, maar erken ook dat ze bestaan.
Veellopers scheppen hun eigen kaders. De 100-marathonsclub en dat soort dingetjes. Ze maken lijstjes met bovenaan degene die weet ik waar en altijd weer gestart is en zodoende de status heeft verworven als zijnde de allerbeste veelloper. Lid worden kan pas na het honderd keer uitlopen van de marathon. Zo ontstaan competities buiten de gebaande wegen en wie er plezier in heeft moet vooral meedoen. De kans dat je Rio haalt mag er weliswaar niet inzitten, maar wellicht geeft het een bevredigend gevoel de top in het veellopen te naderen.
Dan zijn er nog de opluisteraars. Zij verschijnen aan de start van steeds hetzelfde evenement en lopen als herkenbare parcoursversiering de afstand uit. Ook daar bestaan lijstjes van. Wie alle marathons van Rotterdam heeft uitgelopen, verwerft een lokale loopstatus die niet onvermeld zal blijven. Tijd bestaat niet, kijk maar naar mij. Daar zijn we weer. Ook dat is sportief bezig zijn.
Je doel kan van alles zijn. Voor iedereen geldt denk ik dat het bij de tijd blijven als zodanig een grote rol speelt op het moment dat de ambitie om de marathon te lopen boven komt drijven. Wat ik hoop is dat elke marathonloper het plezier in het lopen zo lang mogelijk weet vast te houden. De marathon kan een leuke kapstok zijn voor het op peil houden van je training. Die training heeft daarmee een doel en is als zodanig gemakkelijker vol te houden. Einstein maakte voor ons aannemelijk hoe relatief tijd is, maar blijven zitten is niet handig. Dichtgroeien en verkwabben is geen manier om bij de tijd te blijven. Lopen wel, evenals leren de bakens te verzetten als dat nodig is. Ontkenning is zinloos: de tijd vreet ons allemaal op. ''We are only passing through.''
De norm voor presteren op de marathon mag van mij een snelle tijd blijven. Dat snelle lopers soms eerder door de tijd opgevreten worden, geldt ook in andere takken van sport. Neem de popscene. De ene topper haalt de dertig niet en andere stenen blijven maar doorrollen.
Jitze.
Reacties
Geen reacties.
Al een account, log hier in.