Nummer 708
Ruimschoots op tijd slenter ik de kantine in. Het is een komen en gaan van mensen. Het ruikt naar koffie en de zompige geur van het najaar. Ik meld me bij de dames van de voorinschrijving. “Dag jongedame”, zeg ik tegen een op leeftijd zijnde dame met zilvergrijs haar en lijnen in het gezicht, die AOW-grensoverschrijdend zijn. Een nieuwe column van Henk van Duuren.
21 januari 2014 (0 reacties)
Over hardlopen gesproken
Door Henk van Duuren
Ruimschoots op tijd slenter ik de kantine in. Het is een komen en gaan van mensen. Het ruikt naar koffie en de zompige geur van het najaar. Ik meld me bij de dames van de voorinschrijving. “Dag jongedame”, zeg ik tegen een op leeftijd zijnde dame met zilvergrijs haar en lijnen in het gezicht, die AOW-grensoverschrijdend zijn.
Ik noem vervolgens mijn naam en woonplaats. Een paar heldere ogen kijken me over een leesbril aan. “Ik heb hier net iemand gehad met dezelfde achternaam! Is dat familie van u?” vraagt ze en lijkt oprecht nieuwsgierig. “Zegt de naam Bert van Duuren u iets?” Ik beaam dat ik die naam wel eens in de uitslagen ben tegengekomen, maar de man niet ken.
Ze kijkt me niet begrijpend aan. Met verbaasde stem en begeleidende mimiek roept ze bijna verontwaardigd uit: “Iemand met dezelfde achternaam, ongeveer even oud als u en ook een hardloper. En die kent u niet?” Zonder op mijn antwoord te wachten vervolgt ze: “Hij komt uit Zwolle? Heeft u daar soms familie.” Dat heb ik en als ik dat aangeef kijkt ze zoekend de kantine rond. “Ik zie hem hier niet, maar u moet beslist contact met hem opnemen. Misschien is het wel familie van u?” Ze zegt het met de nadruk op moet en beslist.
Vervolgens zoekt ze in de deelnemerslijst. “Hij heeft startnummer 708, schrijf het maar ergens op!” De dame naast haar reikt me een pen aan. Ze heeft pretoogjes en rond haar mond een steels spottend lachje. Verbouwereerd noteer ik 708 op de achterkant van mijn startnummer. “U vindt hem vast wel! Succes ermee!” zegt ze triomfantelijk, waarbij ze haar rug recht met een lichaamstaal die zegt: “Dat heb ik toch maar even mooi geregeld!”
Ik kleed me om, loop twee rondjes op de atletiekbaan en zoek de warme kantine weer op. Daar loop ik de dame met het zilvergrijze haar weer tegen het lijf. Ze herkent me direct en roept me toe: “En?!? Hebt u hem gevonden?” Ik schud mijn hoofd. “Nummer 708. Weet u nog?” Ik knik en de dame, jas aan met daarover een oranje hesje, haast zich om ergens te posten.
De start van de halve marathon van Epe is op een onverharde weg vlak bij het sportcomplex. Ik dribbel wat rond, versnel af en toe en voel dat het wel goed zit. Mijn loopmaatje, toevallig ook Bert genaamd, die ooggetuige was bij de inschrijftafel, komt opgetogen naar me toe. “Ik heb hem gezien, die nummer 708. Hij lijkt niet op jou, maar wel qua postuur! Ik heb hem al gesproken!” De speaker maant de lopers om achter de startstreep te gaan staan. “Daar staat hij! wijst Bert. Ik vind het best, er wacht een halve marathon. Dan ben ik bezig met andere zaken. “Kijk Bert, dit is Henk!” Ik zie een vriendelijk ogende man met donker haar en geef hem een hand! Het startschot klinkt. “Succes!” roepen we elkaar toe en weg zijn we.
Een prachtige loop wacht me, met glooiende wegen, heidevelden en bossen in prachtige herfstkleuren. De Veluwe toont zijn pracht. Ik kan mijn tempo houden, hoewel het na kilometer 18 niet meer echt van harte gaat. Op de atletiekbaan schud ik dat gevoel van me af en versnel op weg naar de finish om 1 seconde voor een concurrent te eindigen. Terwijl ik uithijg en iets drink komt nummer 708 over de finish. We zoeken elkaar op, wisselen informatie uit en concluderen dat we inderdaad wel eens familie kunnen zijn. Zeker weten doen we het niet. Ik beloof hem om het eens uit te zoeken.
Thuis kijk ik naar de uitslagen. We zijn nummer 8 en 9 geworden bij de mannen 55+. Nog nooit hebben we zo dicht bij elkaar op een uitslagenlijst gestaan? Toeval? Het zal. Ik bel mijn oudste zus, onze weetal in de familie en vraag haar of ze weet hoe het zit. Bert blijkt een achterneef te zijn. Onze opas waren broers. Ik denk aan de dame met het zilvergrijze haar en het eerst woord dat door mijn hoofd flitst is ‘engel.
>
© hardloopnieuws.nl
Gerelateerd
Nummer 708
Ruimschoots op tijd slenter ik de kantine in. Het is een komen en gaan van mensen. Het ruikt naar koffie en de zompige geur van het najaar. Ik meld me bij de dames van de voorinschrijving. “Dag jongedame”, zeg ik tegen een op leeftijd zijnde dame met zilvergrijs haar en lijnen in het gezicht, die AOW-grensoverschrijdend zijn. Een nieuwe column van Henk van Duuren.
3 november 2013 (0 reacties)Over hardlopen gesproken
Door Henk van Duuren
Ruimschoots op tijd slenter ik de kantine in. Het is een komen en gaan van mensen. Het ruikt naar koffie en de zompige geur van het najaar. Ik meld me bij de dames van de voorinschrijving. “Dag jongedame”, zeg ik tegen een op leeftijd zijnde dame met zilvergrijs haar en lijnen in het gezicht, die AOW-grensoverschrijdend zijn.
Ik noem vervolgens mijn naam en woonplaats. Een paar heldere ogen kijken me over een leesbril aan. “Ik heb hier net iemand gehad met dezelfde achternaam! Is dat familie van u?” vraagt ze en lijkt oprecht nieuwsgierig. “Zegt de naam Bert van Duuren u iets?” Ik beaam dat ik die naam wel eens in de uitslagen ben tegengekomen, maar de man niet ken.
Ze kijkt me niet begrijpend aan. Met verbaasde stem en begeleidende mimiek roept ze bijna verontwaardigd uit: “Iemand met dezelfde achternaam, ongeveer even oud als u en ook een hardloper. En die kent u niet?” Zonder op mijn antwoord te wachten vervolgt ze: “Hij komt uit Zwolle? Heeft u daar soms familie.” Dat heb ik en als ik dat aangeef kijkt ze zoekend de kantine rond. “Ik zie hem hier niet, maar u moet beslist contact met hem opnemen. Misschien is het wel familie van u?” Ze zegt het met de nadruk op moet en beslist.
Vervolgens zoekt ze in de deelnemerslijst. “Hij heeft startnummer 708, schrijf het maar ergens op!” De dame naast haar reikt me een pen aan. Ze heeft pretoogjes en rond haar mond een steels spottend lachje. Verbouwereerd noteer ik 708 op de achterkant van mijn startnummer. “U vindt hem vast wel! Succes ermee!” zegt ze triomfantelijk, waarbij ze haar rug recht met een lichaamstaal die zegt: “Dat heb ik toch maar even mooi geregeld!”
Ik kleed me om, loop twee rondjes op de atletiekbaan en zoek de warme kantine weer op. Daar loop ik de dame met het zilvergrijze haar weer tegen het lijf. Ze herkent me direct en roept me toe: “En?!? Hebt u hem gevonden?” Ik schud mijn hoofd. “Nummer 708. Weet u nog?” Ik knik en de dame, jas aan met daarover een oranje hesje, haast zich om ergens te posten.
De start van de halve marathon van Epe is op een onverharde weg vlak bij het sportcomplex. Ik dribbel wat rond, versnel af en toe en voel dat het wel goed zit. Mijn loopmaatje, toevallig ook Bert genaamd, die ooggetuige was bij de inschrijftafel, komt opgetogen naar me toe. “Ik heb hem gezien, die nummer 708. Hij lijkt niet op jou, maar wel qua postuur! Ik heb hem al gesproken!” De speaker maant de lopers om achter de startstreep te gaan staan. “Daar staat hij! wijst Bert. Ik vind het best, er wacht een halve marathon. Dan ben ik bezig met andere zaken. “Kijk Bert, dit is Henk!” Ik zie een vriendelijk ogende man met donker haar en geef hem een hand! Het startschot klinkt. “Succes!” roepen we elkaar toe en weg zijn we.
Een prachtige loop wacht me, met glooiende wegen, heidevelden en bossen in prachtige herfstkleuren. De Veluwe toont zijn pracht. Ik kan mijn tempo houden, hoewel het na kilometer 18 niet meer echt van harte gaat. Op de atletiekbaan schud ik dat gevoel van me af en versnel op weg naar de finish om 1 seconde voor een concurrent te eindigen. Terwijl ik uithijg en iets drink komt nummer 708 over de finish. We zoeken elkaar op, wisselen informatie uit en concluderen dat we inderdaad wel eens familie kunnen zijn. Zeker weten doen we het niet. Ik beloof hem om het eens uit te zoeken.
Thuis kijk ik naar de uitslagen. We zijn nummer 8 en 9 geworden bij de mannen 55+. Nog nooit hebben we zo dicht bij elkaar op een uitslagenlijst gestaan? Toeval? Het zal. Ik bel mijn oudste zus, onze weetal in de familie en vraag haar of ze weet hoe het zit. Bert blijkt een achterneef te zijn. Onze opas waren broers. Ik denk aan de dame met het zilvergrijze haar en het eerst woord dat door mijn hoofd flitst is ‘engel.
>
© hardloopnieuws.nl
Reacties
Geen reacties.
Al een account, log hier in.