< terug

Besef

Sporten op een hoog niveau komt niet vanzelf. Ook al is iemand nog zo begenadigd met talent, er moet fysiek getraind worden en het psychische aspect dient sterk te zijn en sterker te worden. Topsport vergt inzet, discipline en meer dingen laten dan dingen mogen. Je meten met een ander begint speels, maar zodra je hoger op de prestatieladder komt, hoe zwaarder en riskanter het wordt. Een nieuwe column van Henk van Duuren.

2 juni 2016 (0 reacties)

Hardlopen

Door Henk van Duuren

Sporten op een hoog niveau komt niet vanzelf. Ook al is iemand nog zo begenadigd met talent, er moet fysiek getraind worden en het psychische aspect dient sterk te zijn en sterker te worden. Topsport vergt inzet, discipline en meer dingen laten dan dingen mogen. Je meten met een ander begint speels, maar zodra je hoger op de prestatieladder komt, hoe zwaarder en riskanter het wordt.

 

Het is een lange, zware weg naar de top en als men er eenmaal bent aangekomen wordt het nog moeilijker. Iedereen heeft verwachtingen van de atleet. Wordt er een keer iets minder gepresteerd, dan staan de criticasters in rijen klaar om n.a.v. hun subjectieve analyses een oordeel te vellen. Niets is minder leuk dan leedvermaak en als de sporter op dat moment hapt, gniffelt de journalist en de heel natie schaterlacht mee.

 

Gelukkig zijn er momenten van glorie. Daar is naar toe gewerkt. Alle scenario zijn doorgenomen. Trainer en atleet weten wat er kan en wellicht gaat gebeuren. Succes en teleurstelling liggen dicht bij elkaar, de marges zijn soms flinterdun. De topatleet heeft dat inzicht, want de weg naar de top is geen glad asfaltweggetje. Verre van dat. Een startschot klinkt, alles dat getraind is moet er nu uit komen. Bij het hardloopwedstrijd zijn dat: start, snelheid, ontspanning, verdelen van de krachten, juiste afzet, techniek en de onvoorwaardelijke wil om als eerste te finishen.

 

De winst is binnen. Een triomfantelijke blik, de armen in de lucht gegooid, een bosje bloemen wordt in de hand gedrukt, de nationale vlag wordt gedragen, een ereronde volgt. Verslaggevers drommen rond de winnares en vragen om een reactie. Hoor je een Nederlandse atlete zeggen: “Ik ben heel blij, maar ik besef het nog niet. Dat moet nog komen!” Er breekt iets in me. Het is niet het antwoord waar ik op zit te wachten. Ze wint, heeft een kunstje geflikt dat de hele wereld niet voor mogelijk heeft gehouden en weet dat donders goed. In plaats daarvan etaleert ze een stukje Hollandse burgertruttenmentaliteit zonder weerga. Vooral niet naast je schoenen gaan lopen. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Zal wel, maar niet na een zwaar bevochten winst in een wedstrijd met de wereldtop.

 

Neem een voorbeeld aan Usain Bolt: topatleet, top entertainer, top intimidator. Voor de wedstrijd boezemt hij al ontzag in, steelt de show, vernedert zijn opponenten bij voorbaat, straft ze af in de strijd, finisht met de wetenschap winnaar te zijn, kijkt niet eens om, voert een show op waarin hij laat zien een bliksemschicht te zijn en maakt vanzelfsprekend een ronde met nationale vlag en laat zich fêteren. Verslaggevers hoeven hem niets te vragen, hij voert regie, vertelt over de race, zegt niet alleen dat hij de eerste is, straalt het ook uit. Hij is idool, hij is een merk, hij is wat velen willen zijn, de beste.

 

Iedereen weet dat er in Nederland de vrouwelijke equivalent van Usain rond loopt. Een sportvrouw, waarvan er in Nederland maar één in de honderd jaar wordt geboren. Een vrouw die te groot is voor ons postzegelgroot land, een wereldster. Daar hoort geen hutspotmentaliteit bij, maar vijf sterren allure. Als dat besef bij haar doordringt en ze zich ook zo profileert, zal het wennen zijn voor het braafste volk van de wereld, maar wat ga ik dan nog meer genieten van deze keizerin van de hardloopsport.

 

© hardloopnieuws.nl

Reacties

    Geen reacties.
Al een account, log hier in.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *